buitenspeelruimte ontwerpenAl zoekende op mijn computer kwam ik oude documenten tegen over een onderzoek wat ik heb gedaan naar het ontwerpen van een schoolplein. Nu is dit iets wat de meeste mensen nooit zullen doen, maar het is zomervakantie en dat is wel het moment dat je met de kinderen vaker buiten bent, dat er kindervakantieweken zijn en dat er veel groepsactiviteiten voor kinderen worden georganiseerd. Tijd om eens te kijken naar buitenspeelplaatsen.

Of je nu in de organisatie van een kindervakantieweek zit, in een animatieteam op een camping, werkt in de buitenschoolse opvang of gewoon lekker met je eigen kinderen (en nog wat vriendjes en vriendinnetjes) buiten bent, het kan handig zijn om wat te weten over speelterreinen, immers zonder een goede speelplek komt er ook geen goed spel.

En heb je niets van dit alles? Ach, het zijn ook leuke wetenswaardigheden….

Onderstaand lijstje komt uit een onderzoek van Titman uit 1994, het geeft weer wat kinderen als positief of als negatief ervaren op een buitenspeelplaats.

Positief                                  Negatief
Natuurlijke kleuren                  Onnatuurlijke kleuren
Bomen                                    Troep
Bossen                                   Vervuiling
Hoogteverschillen                   Afval
Schaduwplekken                    Beschadigde dingen
Bladeren                                 Asfalt
Grasvelden                             Poep
Dieren                                     Plaatsen waar je niets kunt doen
Plaats voor klimmen,             Geen plek om te zitten schuilen of verstoppen
verstoppen, ontdekken           Plekken die saai zijn
huttenbouwen.
Plekken die je uitdagen,          Plekken die te open zijn
waar beestjes zijn, die uit
allerlei onderdelen bestaan.

Een speelplaats bestaat uit 3 onderdelen:

  1. Basisstructuur              (Materiaal, reliëf, niveauverschillen, beplanting)
  2. Activiteitenplekken        (Begrensde plek voor een of meer specifieke spelvormen)
  3. Inrichtingselementen    (Vuilnisbakken, bankjes, ed.)
Basisstructuur

Onderzoek heeft uitgewezen dat speeltoestellen slechts een beperkte rol spelen bij het realiseren van kwalitatief goede buitenruimte, de afwerking van het terrein heeft hierbij een grotere rol. (Akta 1998)

buitenspeelruimte ontwerpenAfwisseling in de bestrating van een speelplaats geeft mogelijkheden voor verschillende soorten spel. 60% verhard speelterrein en 40% onverhard terrein is een goede verdeling voor een interessante speelplek. Ieder kind heeft ongeveer 10m2 ruimte nodig om ongehinderd te kunnen spelen.

Beplanting op en rondom een speelplek is aan te raden, het ontwikkeld het intuïtief gevoel voor de waarde van de natuur in de omgeving. Het geeft contact met de natuur ( vlinders, seizoenen) en prikkelt de zintuigen, maar geeft ook beschutting. Beplanting kan werken als markering of afscheiding, begrenzing van de ruimte, speelaanleiding en decoratie.

Activiteitenplekken

Er zijn 3 typen activiteitenplekken:

  1. Vlak open gebied,                          skeeleren, balspelen, fietsen
  2. Natuurlijk gebied                            verstoppen, hutten bouwen, fantasiespel.
  3. Specifieke plek/ uitrusting             schommelen, klimmen, glijden, zandbak, zitplek
Vlak open gebied

Dit is de plaats voor activiteiten die bijna altijd veel bewegingsruimte vragen. Er wordt aangeraden om minimaal 40 m2 ruimte te hebben voor alle niet balspelen. Worden er wel balspelen gespeeld, dan is er ongeveer 100 m2 nodig. Een trapveld voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar moet minimaal 450 m2 zijn (15x30m) en het liefst gesitueerd aan de rand van het terrein, zodat het de overige activiteiten zo min mogelijk verstoord.

buitenspeelruimte ontwerpenEen open gebied wordt aangeraden om op een centrale plaats te leggen. Zo vormt het gebied het hart van het buitenterrein van waaruit kinderen het terrein kunnen overzien en activiteiten kunnen kiezen. Wanneer het open gebied dichtbij het (school)gebouw ligt kan het functioneren als een verlengstuk van binnen. Plan naast open gebieden geen rustige activiteitenplekken.

Grasveld is goed te gebruiken voor kopje duikelen, handstanden en radslagen maken en in het gras liggen. Zorg voor minimaal 40 m2, want kleinere veldjes worden weinig gebruikt.

Natuurlijk gebied

Een natuurlijk gebied is erg gewenst op een buitenterrein, maar de oppervlakte is vaak te klein om dit goed te kunnen realiseren. Een natuurlijk gebied is het gebied dat vaak het meeste wordt gebruikt. (Lindholm 1995, Moore 1997)

Kinderen boven de 8 jaar hebben een behoefte aan privacy tijdens het spelen. Het natuurlijke gebied kan hierin voorzien. Het natuurlijke gebied is bij voorkeur in een hoek gesitueerd, zo ontstaan er ook nog extra hoekjes langs de begrenzing.
Een natuurlijk gebied kan bestaan uit gras, zand, houtsnippers aarde, heuvels, kuilen, klimbomen, planten, struiken, hoog riet en overhangende planten.

buitenspeelruimte ontwerpenOp een terrein zonder natuurlijk gebied wordt er gemiddeld 6% fantasiespel gespeeld. Op een terrein met natuurlijk gebied is dit percentage al 16%. Op een gebied met veel los materiaal wordt er 12% van de tijd fantasiespel gespeeld.

Specifieke plekken

Toestellen met maar een functie zoals een glijbaan, wip of klimelement worden vaak niet meer dan 2 à 3% van de tijd gebruikt. De schommel is hierop een uitzondering. Multifunctionele toestellen worden +/- 20% van de tijd gebruikt. De waarde van speeltoestellen wordt snel overschat. Voor oudere kinderen hebben toestellen een andere functie, zeker wanneer het een groot toestel is, is het voor kinderen vaak een populaire plek om te kletsen. Vanaf ongeveer 10 jaar zijn kinderen bezig met zien en gezien worden, waarbij het speeltoestel vaak hun alibi is.

De schommel is voor oudere leerlingen vaak een informele praatplek. Hiervoor moet er wel een dubbele schommel zijn. Wanneer de schommel aan de rand van een terrein of in een hoek ligt is deze van minder kanten benaderbaar en dus beter afgeschermd. Ga uit van een schommel op twintig kinderen.

Naast de schommel wordt het klimglij element het meeste gebruikt. Voor de motorische en de sociaal emotionele ontwikkeling is het van belang dat er verschillende moeilijkheidsgraden in het toestel zitten. Wanneer de uitgang van het klimelement bij andere activiteitenplek ligt, is dit een uitnodiging voor de leerling om zich ook eens te verplaatsen naar een andere activiteitenplek. Zacht zand onder het klimglij element is valdempend, prikkelt de fantasie en vormt een natuurlijke barrière.

Zorg ook voor formele en informele zitplaatsen, op een rustige plek, met een zitting van hout of kunststof,(metaal of steen is snel erg koud.) Een podium op een opvallende plek is ook voor de oudere kinderen een plek om te zien en gezien worden. Maak het podium niet hoger dan 60 cm.

Sorteer drukke en rustige activiteiten. Zorg voor een vrije zone van minimaal 2m tussen de activiteiten vlakken

Inrichtingselementen

Plaats ten slotte nog inrichtingselementen op de speelplek, zoals vuilnisbakken, verlichting of belijning. Belijning kan ervoor zorgen dat de verschillende onderdelen van het plein toch bij elkaar gaan horen, of kan gebruikt worden om grenzen aan te geven. Een of meerdere vuilnisbakken op de speelplaats voorkomt rommel.

Bron: Hoekstra, Vos, de. & Liempt, van. (2004) Vrijbuiten: Buitenspeelruimten voor 0 tot 12 jarigen.

Deel dit artikel:
Facebook Twitter Plusone Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Post Navigation