magisch denken“En toen was jij de papa en ik de mama en toen was jij boos op mij en toen ging ik wegvliegen…” Vorige week hoorde ik deze zin in een gesprekje tussen twee spelende kinderen. Je kunt je van alles afvragen bij deze uitspraak: waarom was de papa boos, waarom vloog het kind weg, speelden ze dat ze vogels waren of waren ze gewoon mensen, …? In ieder geval had het kind genoeg fantasie om dit verhaaltje te bedenken, om te denken dat (in het spel) alles mogelijk is, zelfs vliegen.

 

Bijna iedereen (zelfs volwassenen! Subbotsky, 1997) heeft magische gedachten, alleen bij kinderen vallen ze meer op. Zij denken dat ze net als lopen of fietsen ook kunnen leren vliegen, denken dat hun pop of beer gevoel heeft, zijn bang voor spoken en krokodillen onder hun bed, enz.

magisch denkenMagische gedachten ontstaan doordat een kind een niet goed uitgedachte theorie heeft over hoe de wereld in elkaar zit. Vanaf de geboorte gaan kinderen hard aan de slag om patronen en verbanden te ontdekken, waardoor ze meer (be)grip van/op hun dagelijkse leven krijgen. Veel patronen die een kind ontdekt zijn kloppend, sommige ook niet; de magische gedachten. Doordat een kind steeds beter leert hoe de wereld in elkaar zit, verdwijnen veel magische gedachten weer.

 

 

Magische gedachten zijn vaak aandoenlijk, maar ook spannend, ‘wat als je zou kunnen vliegen’ is toch een spannendere gedachte dan ‘mensen kunnen niet vliegen.’ Het geeft ruimte om te fantaseren en ruimte om symbolisch te spelen. Want al kan het misschien niet in het echt, het is wel leuk om in het spel te ervaren hoe het zou zijn. Zonder fantasie is het spelen een stuk minder leuk. Wanneer het magische denken afneemt wordt ook de behoefte om symbolisch te spelen minder, toeval?

Zoals gezegd hebben ook volwassenen nog veel magische gedachten en hoewel dat niet direct over spelen gaat kan ik me wel voorstellen dat je nu denkt, ‘o, hoezo dan?’ Veel volwassen mensen praten bijvoorbeeld tegen hun auto als deze niet (direct) wil starten, of mopperen tegen een doos die in de weg staat. We weten dat de dingen die een goochelaar in zijn show doet niet echt zijn, maar willen ook niet dat hij onze sjaal doormidden knipt om vervolgens weer heel te maken. Lopen bij voorkeur toch niet onder een ladder door, enz.
Dat en in hoeverre we er magische gedachten op na houden heeft niets te maken met onze intelligentie, het is door de evolutie bepaald. Vroeger was het vaak van levensbelang om snel verbanden te leggen, van deze bessen wordt je ziek, zoek beschutting er komt onweer, enz. Het is dan minder erg om een verband teveel zien, dan een belangrijk verband te missen, we zijn uit voorzorg wat te sensitief op dit gebied, waardoor we ook nu als volwassenen nog magische gedachten hebben.

(Vrij naar Magisch denken, Psychologie magazine april 2012)

 

Deel dit artikel:
Facebook Twitter Plusone Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Post Navigation