Na de uitslag van de Belgische speelenquête blijven we even bij de onderzoeken. Een aantal maanden geleden kwam het Engelse Ribena met de resultaten van hun onderzoek naar spelen. Hier de belangrijkste conclusies..

Dit onderzoek werd gehouden in het Verenigd Koninkrijk. Het bestond uit een literatuuronderzoek naar de achtergronden van spel en voeding (Ribena is een frisdrankfabrikant) en het vinden van experts, het interviewen van 9 experts en nationaal representatief kwantitatief onderzoek onder 2004 ouders van kinderen tussen de 3 en 15 jaar.

Het onderzoek richtte zich voor een groot deel op het samenspel tussen ouders en hun kinderen.Het spel tussen ouder en kind is heel goed is voor het zelfbeeld van het kind. Al spelende leert het kind leert veel van hoe zijn ouders op hem reageren. Hij leert wat goed en fout is en hoe hij leuk kan spelen. onderzoek naar spelenAls ouders en kinderen samen spelen wordt er ook gewerkt aan hun onderlinge band. Hoewel 90% van de ouders geniet van het spelen met hun kind en 90% van de ouders blij is met de band die ondertussen wordt versterkt, vinden veel ouders het spelen ook moeilijk. 13% van de ouders weet niet wat hij/zij aan het doen is als hij/zij met de kinderen speelt.  29% voelt een druk om ‘leuk’ te zijn. 17% koopt speelgoed en games om niet samen te hoeven spelen.  46% van de ouders wil hulp en ideeën hoe te spelen met kinderen. Toch vindt  75% van de ouders dat je dingen leert  van het spelen met hun kind.

Als ouders met hun kinderen spelen, wat doen ze dan vooral?

75% van de ouders kijkt weleens samen met de kinderen televisie, 26% van de ouders gebruikt zelfs meestal de tijd die ze samen hebben om tv te kijken. Toch vindt maar 12% van de ouders hun kind het gelukkigst als hij of zij tv kijkt.

97% van de ouders vindt het belangrijk dat de kinderen buiten spelen. 73% vindt het belangrijk om af en toe samen met de kinderen buiten te spelen, 36% van de ouders komt hier ook werkelijk aan toe.

90% van de ouders hecht belang aan spel wat risico met zich meebrengt,  (klimmen, stoeien) toch speelt maar 33% van de kinderen dit soort spelletjes. Slechts 15% van de ouders speelt dit spel met hun kinderen.
Dit verbaasde me, bijna alle ouders vinden het belangrijk dat kinderen tijdens het spelen kunnen klimmen en ravotten, maar slechts 1 op de 3 kinderen speelt dit spel ook. Als ouders deze spelvorm zo belangrijk vinden, maar aan de andere kant bang zijn voor de gevaren, dan leek me het een uitgelezen kans om dit spel samen met je kinderen te spelen. Zo houdt je oog op de risico’s en zie je ook hoe handig je kind is waarna je hem misschien met een geruster hart ook zelf laat klimmen, klauteren en springen.

90% van de ouders hecht belang aan symbolisch spel, slechts 6% speelt ook wel eens verbeeldend met hun kinderen.

onderzoek naar spelen

Ouders vinden dus andere spelvormen belangrijk dan de spelvormen die daadwerkelijk gespeeld worden. Hoe komt dit? Er zijn 2 belangrijke redenen gevonden.

60% van de ouders geeft aan te weinig tijd te hebben om lekker met de kinderen te spelen. 70% van de ouders zou wel graag meer met hun kinderen spelen. 60% van de vaders speelt minder dan 5 uur per week met zijn kind, voor moeders is dit 40%. 25% van de kinderen speelt meer dan 10 uur per week alleen. Toch speelt maar 10% van de kinderen graag alleen.

onderzoek naar spelen

De andere reden van het verschil in gewenst en daadwerkelijk spel is de angst voor gevaar. Door allerlei berichten in de media zijn ouders voorzichtiger geworden. Er is een aan de ene kant een angst voor gevaar in de vorm van vallen of verkeersonveiligheid, aan de andere kant zijn er ook ouders die bang zijn door anderen gezien te worden als een slechte ouder.  30% van de ouders beperkt het spel van hun kind uit angst voor gevaar.  9% van de ouders beperkt het spel van hun kind omdat andere ouders het spel misschien niet goed zouden vinden.

onderzoek naar spelenDe vormen van spel die het meest gespeeld worden, zijn dus niet de meest gewenste vormen van spel. Het zijn ook niet de meest (leer)rijke spelvormen, maar vaak wel de duurste.

Jongens en meisjes van 3-4 jaar oud spelen vaak met gekocht speelgoed, respectievelijk 45% en 33%, bij oudere kinderen wordt dit spel vervangen door elektronisch speelgoed of de televisie. Jongens van 13-15 jaar spelen veel met “stekkerspeelgoed” (31%). Meisjes van 11-12 jaar kijken veel televisie en dvd’s (19%), als ze iets ouder zijn (13-15 jaar) krijgt de social media een grotere rol als favoriete tijdverdrijf (23%). Het vrije onderzoekende spel verminderd dus als kinderen ouder worden en de rol van elektronisch speelgoed wordt groter.

onderzoek naar spelenVeel ouders hebben de neiging hun kinderen te entertainen, door met ze te spelen, maar vooral door steeds speelgoed en games voor ze te kopen. 28% van de ouders voelt een druk om speelgoed te kopen wat op dat moment populair is.17% van de ouders voelt zelfs druk van andere ouders om speelgoed te kopen wat op dat moment populair is. 38% van de ouders vindt dat hun kind zich snel verveeld. Toch is verveling juist goed, het is een moment van rust. Vanuit verveling ontstaat vaak ook heel fantasievol spel.

Bron: http://www.ribena.co.uk/download/Ribena_Plus_Play_Report.pdf
http://www.ribena.co.uk/download/Ribena_Plus_Play_Report_Ch2.pdf

 

Deel dit artikel:
Facebook Twitter Plusone Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Post Navigation