sociaal spelSamen spelen is erg leuk, tenminste als het lukt. Veel ouders zuchtten weleens bij de zoveelste ruzie tussen klasgenootjes of broertjes en zusjes. Maar wat is normaal, wat mogen we verwachten van kinderen op een bepaalde leeftijd op het gebied van sociaal spel?

De sociale ontwikkeling start zodra het kind geboren is, baby’s ontwikkelen een bewustzijn van zichzelf door contact te maken met de omgeving en doordat ze mentaal ontwikkelen. Baby’s wenden zich naar anderen, ze maken oogcontact, lachen naar mensen en hebben vertrouwen in vertrouwde volwassenen. Aan deze volwassenen hechten ze zich, ze beleven plezier aan het contact en ontdekken dat ze ook zelf contact kunnen leggen door te bewegen, kraaien, huilen, etc. De moeder van het kindje staat centraal voor de baby.

Vanaf 6 maanden staat de hechting centraal. De affectieve relatie tussen het kind en de opvoeders wordt opgebouwd. Wanneer deze relatie goed is, wordt er gesproken over een veilige hechting. Kinderen die veilig gehecht zijn aan hun opvoeders zullen sociaal beter functioneren, kunnen beter samenspelen en hebben een positiever zelfbeeld. Ook heeft een goede hechting invloed op de cognitieve ontwikkeling. Door een veilige hechting is er positieve interactie tussen de opvoeders en het kind, wat zorgt voor veel leerruimte, meer exploreren en tot spel komen.

Als een kind anderhalf is, zijn naast natuurlijk de ouders, ook een of meerdere knuffels heel belangrijk in het leven van het kind. Het is een vriendje dat er altijd is, troost biedt en een veilig gevoel geeft. Het kind speelt op deze leeftijd het liefst alleen, als er een ander kind in de buurt is, wekt dit wel nieuwsgierigheid op, maar tot samenspelen komt het niet. Het spel kent momenten samen, maar wordt toch apart van de ander gespeeld.
Het is geweldig om dingen die de ouders doen, na te doen. De vloer vegen, bellen, een boodschappenkarretje duwen, wat papa en mama doen, wil het kind ook doen. Daarnaast ontstaat vanaf deze leeftijd een gevoel voor bezit, geliefde spullen van het kind zal hij niet graag delen. Het kind is op deze leeftijd egocentrisch, zijn wereldje draait om hem, er is nog geen inleving in een ander. Ook maakt hij van alles een spelletje, het kind is spelend bezig om de werkelijkheid te verkennen.

Totdat het kind bijna 2 jaar is (22 maanden), zal hij niet nadenken over zijn eigen prestaties of die van andere kinderen. Rondom het 2e jaar heeft het kind geleerd dat gedrag en prestaties waardering of verwijt opleveren.

sociaal spelZodra het kind in de peuterleeftijd is gekomen wordt de leefwereld van het kind groter. Ook het aantal vertrouwde volwassenen breidt uit. Aan deze volwassenen ‘leest’ het kind af wat goed en fout is, ze hebben een belangrijke rol in het leven van het kind. Het kind krijgt ook steeds meer besef dat het een eigen persoonlijkheid heeft, het ik-besef groeit, maar ook de eigen wil. Er ontstaat een koppigheidsperiode. Spelen doet het kind naast het andere kind (parallel spel), er is nog steeds veel imitatiespel. 

sociaal spelRond het 3e jaar begint een kind zich bewust te worden, hij leert om zelf emoties op te roepen en hij kan deze ook herkennen in anderen. Vanaf deze leeftijd krijgt het kind ook meer interesse in het spel van andere kinderen. Rollenspelletjes en stoeispelletjes worden interessant, maar het blijft nog wel ieder voor zich. Na het 3e jaar gaat het kind afhankelijk van zijn prestatie reageren. Hij doet dingen niet meer klakkeloos omdat ze waardering (of verwijt) opleveren.

Tussen het 2e en 5e jaar leren kinderen woorden die verwijzen naar een gevoel goed te gebruiken. Doen alsof, denken, herinneren, allerlei begrippen worden vertrouwd. 

Vanaf 4 jaar gaan kinderen beginnen met het delen van bezit. Het spel bestaat voornamelijk uit imiteren, fantasiespel en rollenspel. Kinderen zijn samen actief, maar in het spel is het tegelijkertijd ieder voor zich. Kleuters verkennen hun eigen emotionele positie in èn middels het spel. Regels zijn op deze leeftijd voor iedereen gelijk, er kan geen uitzondering worden gemaakt.
Rond de 4 jaar wordt het kind zich meer bewust van reacties van anderen. Deze reacties worden meegewogen in de eigen reactie op een gebeurtenis die ze gedeeld hebben. Het wordt belangrijk wat een ander kind vond van het speelmoment of het uitstapje. Als het kind 4 à 5 jaar oud is komt ook het besef dat hun eigen gedachten kunnen afwijken van de gedachten van anderen. Volwassenen zijn nog steeds heel belangrijk voor het kind, ze geven hem veiligheid. Toch komt er ook steeds meer interesse in andere kinderen, doordat ze naar school gaan is hun wereld verder uitgebreid, kinderen gaan nu ook bij andere kinderen spelen.

Rondom de 5 jaar groeit het imitatie- en parallelspel naar steeds meer sociaal spel. Het kind kan zich in concrete situaties verplaatsen in de ander. Hij wil nu ook graag met andere kinderen spelen, eenvoudige regels van een spel worden samen afgesproken en ook aangepast als hier behoefte naar is. Regelmatig doen zich hierbij nog afstemmingsproblemen voor.

Kinderen van 5 en 6 jaar oud kunnen in het rollenspel meerdere rollen tegelijk spelen. Het regelspel gaat beginnen. sociaal spel

Vanaf het 6e jaar breidt de omgeving van het kind nogmaals uit. Kinderen krijgen meer sociale contacten, op school, maar ook in de buurt. Naast het regelspel wordt er nu ook constructiespel gespeeld. Dingen bouwen en (na)maken wordt interessant.

Kinderen tussen de 7 (8) en 10 jaar hebben veel wisselende vriendschappen, toch is vriendjes maken heel belangrijk voor ze. Het begrip vriendschap krijgt dan ook steeds meer invulling. Volwassenen zijn nog steeds belangrijk voor het kind maar de vriendengroep is dat ook. Kinderen spelen veel in groepjes of clubjes en tijdens het spelen is het belangrijk om te winnen. De regels van het spel worden met elkaar gecontroleerd op naleving en ook het afstemmen van deze regels gaat steeds beter.

sociaal spelIn de laatste 2 jaar van de basisschool gaat het kind zich voegen naar de groep. Vrienden worden, zijn en blijven is belangrijk, maar zorgt ook voor problemen, wat wil de vriendengroep en wat wil het kind zelf? De inleving in anderen groeit, het kind hoeft niet meer vanuit zichzelf te redeneren. Concrete situaties kunnen ook met meer afstand worden bekeken. Er ontstaat onderscheid tussen privé en niet-privé. 

Bij kinderen ouder dan 12 worden de regels van een spel gemaakt op basis van wederzijdse overeenstemming, ook is het verloop van het spel is meer afhankelijk van de onderlinge activiteit. Er wordt nu plezier beleefd aan teamsport.

 

Deel dit artikel:
Facebook Twitter Plusone Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Post Navigation