spelontwikkelingIn het vorige artikel besteedde ik aandacht aan de opeenvolgende fases van de spelontwikkeling, maar er zijn nog een paar spelfases niet aan de orde geweest, zoals het sensomotorische, het sensopathische en het esthetische spel.

 

 

 

 

De indeling van het manipulerende spel, het functionele spel, het symbolische spel en het regelspel is onder andere gebaseerd op theorieën van de psycholoog Piaget. Deze indeling wordt veel gebruikt als een globale indeling van hoe een kind zich ontwikkelt op het gebied van spelen. Binnen deze spelfases zijn er nog wel tussenstapjes, zo speelt een kind van twee jaar oud heel ander symbolisch spel dan een kind van zes jaar, maar in grote lijnen is het een duidelijk overzicht. Alleen… er zijn ook nog andere theorieën over de spelontwikkeling.

Het overzicht van de spelfases zoals genoemd in het vorige artikel is ontwikkelingsgericht. Spelen wordt dan gezien als een manier om dingen te leren en te oefenen.

De pedagogische schrijfster Vermeer deed het anders, zij keek naar spelende kinderen en was vooral geïnteresseerd in wat een kind doet als het speelt. Zij kwam hierdoor op een andere indeling van de spelontwikkeling. Haar spelindeling heeft overeenkomsten met de eerder genoemde indeling, maar ook verschillen. Een aantal van haar verschillen zijn inmiddels ook veelvuldig gebruikte termen geworden. Hieronder de belangrijkste.

Zo heeft Vermeer het over spel in de lichamelijke wereld: Het sensomotorische en het sensopathische spel. Hierbij gaat het om hun zintuigen (senso) en het bewegen (motorisch) of het beleven (pathisch). Zintuiglijk bewegen en zintuiglijk beleven dus.

Sensomotorisch spel gaat om bewegen, doordat je beweegt leer je je lichaam beter kennen en doe je zintuiglijke ervaringen op. Denk bijvoorbeeld aan rennen, springen, fietsen, dansen, enz. Maar ook het trappelen met de voetjes wat een baby doet.

Sporten valt ook onder het sensomotorisch bewegen, maar is vaak serieuzer dan het sensomotorische spel. Een kind sport ook pas vaak op een wat latere leeftijd, van een kindje in de box of op een driewieler zeggen we nog niet dat hij aan het sporten is.

Bij het sensomotorische spel gaat het niet zomaar om de beweging, springen om iets van bovenuit de kast te pakken valt niet onder het sensomotorische spel. Alleen als een kind plezier beleefd aan het bewegen is er sprake van sensomotorisch spel. Sensomotorisch spel komt vanaf kort na de geboorte voor en blijven we ons hele leven doen.

 

Bij sensopathisch spel draait het om het spelen met ongevormde materialen. De meest bekende ongevormde materialen voor sensopathisch spel zijn zand, water, verf en klei. Ook kun je materialen als rijst, scheerschuim, meel, kralen en peulvruchten gebruiken om sensopathisch mee te spelen.

Tijdens het spelen van dit spel staat het steeds opnieuw beleven van het materiaal voorop. Dit beleven doe je met je zintuigen. Bij sensopathisch spel kan het voelen centraal staan, maar ook het zien, horen, ruiken of proeven. Ook is het mogelijk dat er meerdere zintuigen worden aangesproken tijdens een sensopathisch spelmoment. Ook sensopathisch spel kan al kort na de geboorte worden gespeeld en blijft een rol spelen in ons leven. Een baby geniet vaak enorm van in bad gaan, maar ook veel volwassenen staan graag lang onder de douche.

 

Als laatste ook nog aandacht voor het esthetische spel. Hierbij draait het om de uiterlijke vorm. Het kan gaan om het mooi neerzetten van meubeltjes in een poppenhuis, of het neerzetten van autootjes in een rij. Ook het maken van mozaïekvormen en het ‘tutten’ met de make-up van mama, zijn vormen van het esthetische spel. Deze spelfase zou net voor het symbolische spel geplaatst kunnen worden. Kinderen die dit spel spelen weten al wel waar het speelgoed voor dient, maar zijn nog niet altijd toe aan het spelen van verhaaltjes ermee.

 

Deel dit artikel:
Facebook Twitter Plusone Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Post Navigation